Login

De geschiedenis van onze familie en hoe ons familiewapen tot stand is gekomen

Inleiding

In Nederland vestigden zich omstreeks 4500 voor Christus in wat nu Limburg heet de eerste bevolking. Het duurde echter nog tot circa 3500 voor Christus (de tijd van de hunebedbewoners) eer ons land blijvend bewoond werd door landbouwers.
Het land was toen nog geheel bebost met uitzondering van de veen- en moerasgebieden. Dit land veranderde geleidelijk door toedoen van de landbouw.
Ook het water speelde een belangrijke rol. De vele dijkdoorbraken en overstromingen spreken voor zich, de strijd daartegen was van groot belang voor het behoud van de landbouwgronden, een onmisbare factor die niet valt weg te denken in de samenleving. Ook onze voorouders konden hierover meepraten, al waren zij slechts een schakeltje in het grote geheel.

 

Land van Oorsprong

Land van oorsprong van ons familiegeslacht is Noord Brabant en wel in het huidige Land van Heusden en Altena. Het betroffen twee aan elkaar grenzende landbouwgebieden:
1. Stad en land van Heusden.
2. Land van Altena.

         (Klik op onderstaande plaatjes voor vergrote versie in nieuw scherm)
 wpe1 wpe9

 Stad en land van Heusden

Stad en land van Heusden wordt begrensd ten noorden door de Maas en gescheiden van de Dommelerwaard; ten oosten en zuiden door de meierij van ’s-Hertogenbosch en ten westen door het Land van Altena.

Het vormde oudtijds een leen van Kleef en een achterleen van Brabant, in 1350 zijn zij aan Holland afgestaan. In 1793 zijn zij bij het departement van Den Dommel gevoegd; bij de staatsregeling in 1801 weer bij Holland, daarna bij Noord-Brabant, in 1810 bij het Franse departement en nadien bij de provincie Noord-Brabant.
De omliggende dorpen werden vroeger de bannen van Heusden genoemd, onderscheiden in de boven- en benedendorpen.
De bovendorpen waren:
Heusden, Engelen, Vlijmen, Onsenoort, Baardwijk, Heesbeen, Oudheusden, Elshout en Hulten, Herpt en Bern, Hedikhuizen, Eethen en Meeuwen.
De benedendorpen:
Veen, Wijk en Aalburg, Doeveren, Drongelen, Babyloniënbroek en Genderen.

 

Het land van Altena

Het land van Altena, met als hoofdstad Woudrichem, wordt begrensd ten noorden aan de Merwede; noordoost aan de Maas; zuidoost aan het Land van Heusden; ten zuiden aan de beide Dussen en west aan de Bakkerskil.

Het land heeft een oppervlakte van 6560 hectare en was oorspronkelijk een Kleefse leen. In 1332 werd het, tot soevereiniteit, door Holland gekocht. In 1590 kochten de Staten van Holland de Heerlijckheidt zelve, in 1798 werd het bij het departement van Den Dommel gevoegd. Bij de staatregeling van 1801 keerden zij tot Holland terug om in 1810 bij het departement der monden van de Rijn gevoegd te worden. Sindsdien zijn zij bij Noord-Brabant blijven behoren.
Schepenbanken waren er in Woudrichem, Almkerk, Sleeuwijk, Werken, Emmikhoven, Ganswijk en Waardhuizen, Uitwijk, Hill, Andel, Giesen en Rijswijk.
In deze streek vinden we de eerste gegevens van ons geslacht, onder andere in het Repertorium Leenen der Heerlijckheidt Eethen en Meeuwen. Dit bevestigt tevens dat onze voorouders landbouwers waren.

 

De familienaam

De naam “Millenaer” komen we voor het eerst tegen in een akte waarin staat dat Adriaen Claesson een stuk land koopt groot 2 morgen, gelegen in de banne van Drongelen op ten ‘Millenaer’, waarmee naar later blijkt de ‘Millenaerspolder’ wordt bedoeld.

De naam Millenaar als familienaam lezen we voor het eerst in een akte waarin wordt gesproken over Peter Willemssen Millenaer die een jaarlijks rentebedrag overeenkomt betreffende grondaankoop.

Waar komt de naam vandaan? Heeft zij een betekenis en waar is hij van afgeleid? Dat zijn vragen die we nu zullen trachten te beantwoorden.

De suggestie dat hij uit Engeland komt en afgeleid is van het woord ‘Millenarisme ’ kunnen we niet bewijzen. Geen enkel spoor heeft ons in ons onderzoek daarheen geleid.
Hetzelfde geldt ook voor Frankrijk. In Montpellier is een plein dat de naam “Place du Millénaire” draagt. Doch ook daarheen geen enkel spoor; onwillekeurig denk je dan ook even aan de Hugenoten.
Zelf sluiten wij ons liever aan bij de gedachte aan de molen. Ook al onze sporen leiden daarheen en we zijn daarom te rade gegaan bij het ‘Instituut voor Dialectologie-, Volks- en Naamkunde’.
Wij, de stichting familie Millenaar, kregen toen een artikel uit het tijdschrift Naamkunde (1991) getiteld: “Molens en Mulders in Nederlandse familienamen”. Hierin wordt uitvoerig ingegaan op ontstane familienamen die afgeleid zijn van:
a) De molen: bijvoorbeeld namen als Molen, Vermolen, de Mul, Ter Mul, Mulstege, Mulstede.
b) De soort molen: bijvoorbeeld namen als Van de Slagmolen, Van de Heijmolen, Van de Oudemolen, Verwatermolen, Veroliemolen, Meulen, Oliemolen, Slagmolen of Smeulders.
c) Het molenaarsberoep: bijvoorbeeld namen als Molenaere, Mulder, Maalder, Smolders of Smeulders.
Dit zijn slechts enkele namen en er zijn nog vele variaties als Meulenaere, Mulleneer en Millenaar.
Het onderzoek van A. Weijnen toont een hil-kaart een cluster van vijf (5) attestaties te samen met de naam Millenaar steunt op de gedachte dat er ooit sprake is geweest van de “mil op de hil”.

Over de Millenaarspolder, bij ons voldoende bekend, staat in het ‘Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek’ uit 1846, het volgende beschreven:

 

Millenaarspolder

Polder in de gemeente Drongelen, Hagoort-Gansoyen en Doeveren (thans gemeente Eethen), grenzende Noord aan den polder van Eethen en de “Veertig morgen onder Drongelen”, Oost aan den polder van Eethen en den Veerdam tegen den polder van Drongelen, Zuid aan den Drongelschen Zeedijk, West aan den Eethenschen boezem.

Deze polder beslaat een oppervlakte van 43 bunder en wordt door een steenen sluisje in de zeedijk, wijd 7 palm , voorzien met een drijfdeurtje op het Oude Maasje, van het overtollige water ontlast.
Het zomerpeil is 4 palm boven Amsterdams Peil.
Het polderbestuur bestaat uit een Schout en tevens een secretaris en vier leden.
Poldertje boven de uitwatering van den Millenaarspolder behoort tot de zogenaamde Maaskampen, en voor 1798 bedijkt, beslaat 10 bunder. Hij wordt door de eigenaar bestuurd.


Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek 1846.
Het hier genoemde sluisje, in de volksmond het Millenaarssluisje genoemd, is na de herverkaveling verdwenen.
Even buiten de polder staat de boerderij ‘De Assem’. Deze wordt herhaaldelijk genoemd in de diverse akten en werd bewoond door verschillende generaties van de familie Van den Assem.
Ook is hij bewoond geweest door de Millenaers. In een akte uit 1707 lazen we dat een zekere Claes Millenaer op de Assem woonde. Thans wordt hij bewoond door David van der Schans, één van de nazaten van Peeter van der Schans en Pieternella Millenaer (Brabantse tak, 17.009). De boerderij ‘de Oliepot’ wordt eveneens bewoond door één van de nazaten van bovengenoemd echtpaar.

Gelet op bovenstaande feiten:
1. De aanwezigheid van de Millenaarspolder en 
2. het in tijd gezien voor het eerst aantreffen van onze familienaam bij een zestal naamdragers in bij elkaar liggende gemeenten in wat nu het Land van Heusden en Altena is,
heeft voor ons de overtuiging gegeven dat daar ons roots liggen. Feitelijk is de naam Millenaar nergens naar toe te herleiden. Blijft over de molentheorie of het gebruik –als bewoner of landbouwer- van de poldernaam als eigen naam.

 

Het familiewapen

FamiliewapenUit ons onderzoek is tevens gebleken dat van oudsher geen familiewapen bestond. We hebben dat tot in detail uitgezocht. Dirk Jan Millenaar heeft op een gegeven moment contact gezocht met een persoon -naar later bleek een oplichter- uit Rotterdam die aangaf dat hij ons familiewapen had. Dirk Jan kon echter weerleggen dat de man onjuiste gegevens verstrekte.

 

 

 

In de jaren negentig (twintigste eeuw) kreeg het bestuur van de stichting regelmatig vragen over ons familiewapen. Het toenmalig bestuur bestaande uit:

  • voorzitter Dick Gijsbertus Millenaar (Leidschendam);
  • Jan Gerard Millenaar (Zuid Beijerland);
  • Peter Millenaar (Nieuw Vennep) en · Pieter Willem Millenaar (Rijswijk) besluiten medio 1998 onderzoek te doen naar de mogelijkheden om een officieel familiewapen te laten ontwerpen en registreren.

Dick en Pieter zijn vervolgens naar het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag gegaan om de eerste kennis op te doen. Daar werd door ons aangeschaft het boekje van drs. J.A. de Boo 'familiewapens, oud en nieuw'. Tevens bleek ons dat het proces om te komen tot een familiewapen een langdurig en ingewikkeld traject zou worden:

Het ontwerpen 

Het ontwerpen van een familiewapen is aan strikte regels onderhevig. Bepaalde kleurencombinaties mogen niet worden toegepast. Ook de plaats van onderdelen in het wapen is grotendeels gebonden aan voorschriften en die onderdelen of motieven moeten familie-historisch gezien verantwoord zijn. Symetrie in een ontwerp is een vereiste. Al die regels en voorschriften zijn er niet zomaar. Achter alle regels zit een gedachte die er voor moet zorgen dat de tradities gehandhaafd blijven.

De ontwerper

Het wapen van de Millenaars is ontworpen en getekend door één van de bekendste heraldisch ontwerpers, de heer Chr. Reydon uit Den Haag. Deze ontwierp ondermeer veel wapenschilden voor de schepen van de Koninklijke Nederlandse Marine. De heer Reydon heeft zich verdiept in de familiegeschiedenis en pleegde tijdens het ontwerpen veelvuldig overleg met collega-ontwerpers. Uiteindelijk resulteerde dit in het familiewapen, dat op 27 februari 2001 onder nummer 808 door het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag officieel is goedgekeurd en geregistreerd (zie officiële registratie). Het feit dat het wapen geregistreerd is, betekent dat alleen Millenaars die aantoonbaar tot de familiestamboom behoren, het wapen mogen voeren. U dient dus aantoonbaar te kunnen aansluiten op de hieronder vermelde bewezen stamreeks om het wapen te mogen gebruiken.

Het wapen zelf

Het eigenlijke wapen bestaat uit het wapenschild. Zo'n schild werd vroeger gebruikt door ridders om zich in hun gevechten te beschermen tegen lansstoten en zwaardhouwen. Tijdens later in de tijd gehouden toernooien werd het wapenschild voorzien van kenmerken om het voor te toeschouwers mogelijk te maken de ridders te herkennen. Zo werd het eigenlijke wapenschild geboren. De versiering om het schild heen wordt gewoonlijk aangeduid met het woord helmteken.

De kleuren blauw en zilver symboliseren de elementen lucht en water. Die passen in de familiegeschiedenis die immers begon in het polderland van Heusden en Altena tussen de grote rivieren. Vandaar ook dat er twee rode waterraderen zijn opgenomen. Het zijn verkleinde voorstellingen van het waterrad zoals dat in het gemeentewapen van de stad Heusden voorkomt. Omdat in dat wapen slechts één watermolen staat, mocht dat dus in ons wapen niet. Omdat daar wel onze 'roots' liggen werd besloten om er twee te plaatsen. Watermolens draaien op water, vandaar de golfbewegingen (voorstellende het water) onder de watermolens. Diverse familieleden in de oudheid waren schout en als zodanig mede verantwoordelijk voor de waterhuishouding in wat nu het Land van Heusden en Altena is. Hiermede is de cirkel rond en was het wapen ontworpen en vastgesteld.

Als laatste is opgenomen de allereerste handtekening van een Millenaar. Deze is gevonden op een akte van 26 maart 1689, ondertekend door Willem Willemsz. Millenaar, schepen en armmeester te Drongelen. Het is vrij uitzonderlijk dat een symbool dat op zichzelf niets voorstelt en voor de meeste mensen onherkenbaar is, in een wapen mag worden opgenomen. Het Bureau voor Genealogie ging er mee akkoord omdat het teken nauw met de familie is verbonden en nergens anders voorkomt.

Op een banier onder het wapen is de naam Millenaar vermeld. Dat banier maakt geen deel uit van het wapen, maar is gemaakt om voor een ieder duidelijk te maken van welke familie het wapen is.

Uiteindelijk werd gekozen voor het familiewapen zoals dat voor het eerst aan de familie werd getoond op de familiereünie op 30 september 2000 in Hilvarenbeek (Beekse Bergen).

De bewezen stamreeks 

De bewezen stamreeks moet bij een aanvraag voor een familiewapen worden gevoegd omdat alleen familieleden die op die stamreeks kunnen aansluiten ook daadwerkelijk gebruik van het familiewapen mogen maken. Een stamreeks is een lijn van vader op zoon (en nu ook dochter). Bewezen is deze stamreeks als er bij elke overgang van vader op zoon een document (geboorteakte, doopakte oid) is dat die relatie bewijst. Hoe verder terug die stamreeks bewezen kan worden, voor hoe meer familieleden het familiewapen geldt. We wilden als Stichting familie Millenaar het familiewapen voor iedere Millenaar rechtsgeldig laten zijn. Dat onderzoek gebeurt met name door Piet Sanders uit Eindhoven. Ook Nico van Wijk uit Den Haag is daar zijdelings bij betrokken. 

Link naar Bewezen Stamreeks

Namens het bestuur stichting familie Millenaar,

Pieter Willem Millenaar

Bij de stichting is tevens voor NLG 10.= een replica van het origineel te koop, gedrukt op hoogwaardig perkamentpapier.

Documentatie:
- Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek 1846.
- Familieboek ‘Het geslacht Millenaar’ vanaf 25 april 1980.
- ‘familiewapens, oud en nieuw’ van drs. J.A. de Boo 1982.


WL336x480.jpg (55757 bytes)  (klik voor een vergrote versie)